#9 Motief

      Reacties uitgeschakeld voor #9 Motief

Opdracht #9: Motief

‘Goedemorgen!’ Ingrid Andersen doet haar dagelijkse ronde en komt mijn natte doekjes ophalen. Ik maak dankbaar gebruik van de gelegenheid.
‘Goedemorgen. Zeg, mag ik u wat vragen?’
‘Jazeker.’ Ingrid kijkt niet op van haar wasmand.
‘Zou ik… zou u een keer met mij willen afspreken? Ik zou graag wat meer te weten komen over deze streek, van iemand… nu ja, van iemand die hier opgegroeid is.’ Ik probeer zo schuchter mogelijk te klinken.
‘Natuurlijk! Schikt het vanmiddag?’
Ik knik.

Ik trek mijn jas aan en stop het boek in de binnenzak. Ik controleer of ik de sleutel heb en trek de deur achter me dicht. We hebben afgesproken in een parkje aan de overkant van de straat. Ik zie dat Ingrid al op mij zit te wachten op een bankje in het zonnetje. Ik ga naast haar zitten.
‘Mooi weertje niet?’
‘Ja zeker.’ Ik weet niet zo goed hoe ik dit gesprek moet beginnen. Volgens mij kan ik niet onopvallend uit dat boek voorlezen. Hoe begin je zoiets?
‘Wat wilde u mij vragen?’
‘Wat?’ Dan herinner ik me mijn smoes. Ik herstel me snel. ‘Ehm, ik wilde u eigenlijk eerst iets voorlezen.’ Ik pak het boek uit mijn binnenzak en zoek de goede pagina. Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe Ingrid ongemakkelijk heen en weer schuift. Zou ze de bui voelen hangen? Ik begin te lezen.
‘There’s a type who commits a crime, manages to get away with it, and is darned careful never to stick a neck out again.’ Als ik deze woorden uitgesproken heb, kijk ik Ingrid onderzoekend aan. Ik zie hoe haar gezicht steeds witter wordt. Haar mond staat een beetje open en haar ogen worden zo groot als schoteltjes. De schrik verandert snel in angst.
‘Hoe… wat… waarom…’ stamelt ze. ‘Wie bent u?’
‘Van wie heeft u dit boek gekregen? En waarom is dit gedeelte onderstreept?’
Ingrid slaat haar ogen neer en zakt in elkaar. Van haar opgewekte voorkomen is niets meer over.
‘Ik weet niet hoe hij heet. Degene die mij het boek gestuurd heeft, heeft die zin onderstreept. Ik weet ook niet waarom.’
Ik vraag door. ‘Wat weet u wel? Wat is uw relatie met het jongetje dat elke dag uit school bij u op bezoek komt?’ Nu heb ik haar precies waar ik haar hebben wil. Nu kan ze geen kant meer op!
‘Dat is mijn zoon.’ Ingrid begint te snikken. ‘Toen ik zwanger werd, was ik zwaar depressief. Op aanraden van mijn psychiater heb ik de baby afgestaan ter adoptie. Nu ben ik weer helemaal gezond en ik zou graag voor mijn zoon zorgen, maar mijn advocaat zegt dat er niets meer aan te doen is. Björn weet niet dat ik zijn moeder ben, maar hij vindt het fijn bij mij. Hij…’ haar stem breekt: ‘hij wordt geslagen thuis. Daar praat hij niet over, maar ik heb de blauwe plekken en schrammen gezien toen hij een keer kletsnat aankwam en ik zijn kleren wilde drogen. En nu… die man van het boek zegt dat hij me kan helpen om met Björn naar het buitenland te vertrekken, ver weg, waar zijn ouders hem niet kunnen vinden. Ik weet wel dat het niet deugt, maar ik houd zoveel van hem. Ik kan het niet aanzien dat hij zo mishandeld wordt…’ Ingrid begint nog harder te huilen. Ik weet niet zo goed wat ik met de situatie aanmoet. Björn fietst langs en komt naar ons toe. Ingrid veegt gauw met haar mouw langs haar ogen.
‘Ingrid, ik speel een rol in het toneelstuk op school! Wil jij me helpen met mijn kostuum? En kom je ook naar de voorstelling?’ Hij kruipt bij Ingrid op schoot en vertelt honderduit.
Als ik opsta en naar huis loop, heb ik de tranen in mijn ogen staan.