#80 Fabeltje

      Reacties uitgeschakeld voor #80 Fabeltje

Het wordt nooit meer licht. Ik weet zeker dat het nooit meer licht wordt. Die vakantie naar de zon bestaat niet, de zon is een fabeltje.

Als ik opsta, is het donker buiten. In het donker fiets ik naar het station, neem ik de trein naar mijn werk. Als ik het kantoor binnenstap, is het nog steeds donker. Om vijf uur doe ik mijn computer uit en neem ik de trein terug naar huis. Het voertuig neemt de laatste strepen zonlicht mee. Als ik thuis kom, is het donker. Mijn gordijnen zitten al weken dicht. Waarom zou ik ze open doen? Het plantje in de vensterbank snakt naar zon, maar als ik het niet krijg, dan krijgt dat plantje het ook niet. Hooguit een vitaminepilletje.

Ik heb vitamine D met een smaakje. Ik zou ze bijna in mijn tictac doosje doen. Niet overdoseren, staat er op de verpakking. Toch maar niet dan. Eén pilletje schud ik eruit, slik die door met een slok water en zet de tv aan. Ik schuif een kant-en-klaarmaaltijd in de magnetron en stel de timer in. Over vijf minuten kan ik eten. Mijn ogen dwalen naar de keukentafel, van waar die grote zilveren enveloppe mij uitdagend aankijkt. Een vakantie gewonnen, poeh, nou mooi niet! Ik geloof er niks van. Zoiets bestaat niet. Welke gek gaat nu duizenden euro’s uitgeven om mij op vakantie te laten gaan? Dat doet toch geen enkel weldenkend mens! Bovendien, volgens mij heb ik net al vastgesteld dat het nooit meer licht wordt, dus een zonvakantie wordt het sowieso niet. Misschien een ritje naar de Noordpool om op zoek te gaan naar de kerstman? Ik schrik van het geluid van mijn eigen smalende lachje, onmiddellijk gevolgd door drie piepjes van de magnetron.
Ik doe het deurtje open en pak mijn maaltijd eruit.
‘Fuck!’ Ik laat het bakje uit mijn handen vallen. Wat een sukkel ben ik ook, na al die tijd zou ik toch moeten weten dat bakjes uit de magnetron heet zijn! Door de gaten in het plastic zijn een paar dikke klodders saus op mijn keukenvloer gespat. Ik pak het bakje voorzichtig van de grond met een pannenlap en ga aan de eettafel zitten. De zilveren envelop geef ik een zwieper in de richting van de vlekken op de vloer. Is die brief toch nog ergens goed voor.

___

Wekelijkse schrijfopdracht #80:
Januari en februari zijn typische maanden voor een winterdepressie. Je hoofdpersoon heeft er last van, en niet zo’n beetje ook. Wat gebeurt er in zijn/haar hoofd wanneer hij/zij een prijs wint, namelijk een vakantie naar de zon?