#41 Rode rozen

      Reacties uitgeschakeld voor #41 Rode rozen

Wekelijkse schrijfopdracht #41 
Eigenlijk is het heel triest dat we Valentijnsdag vieren. We zouden eigenlijk elke dag lief voor elkaar moeten zijn. Dat bedacht ik me terwijl ik een mooie bos rozen aan het uitzoeken was op de markt. Achter mij liepen dikke rijen mensen voorbij langs de winkels. Een lompe man botste tegen mijn schoudertas. Hij zei niet eens pardon. Naast mij zag ik een lange jongen van een jaar of twintig met de handen in zijn zakken naar de bloemen kijken. Hij wiebelde met zijn voeten en had flinke blosjes op zijn wangen.
‘Zoek je iets speciaals?’ De verkoper was nergens te bekennen.
‘Eh, nee, ja, weet ik niet,’ stamelde de jongen. Zijn wangen werden nog roder en zijn hele lijf leek mee te wiebelen.
‘Is het voor een mooi meisje?’ Hij knikte.
‘Weet je welke kleur ze mooi vindt?’ Hij schudde zijn hoofd.
‘Ga je zo direct naar haar toe?’ Hij knikte.
‘Zijn jullie al lang samen?’ Hij schudde zijn hoofd. Ik keek hem aan. In zijn ogen zag ik wilde paniek en ik kreeg medelijden. Ik herinnerde me hoe ik vroeger op school uitkeek naar Valentijnsdag, naar het moment dat de deur van het klaslokaal open ging en er een grote bos rozen binnengebracht werd. Aan elke roos zat een kaartje. Sommige meisjes kregen heel veel rozen, anderen kregen niets. Altijd vond ik het weer spannend: zou er voor mij ook één bij zijn?
Ik merkte dat ik de jongen nog steeds aanstaarde. ‘Ik denk dat je het beste rozen kunt kopen. Dat vinden meisjes meestal toch echt het leukst.’ Ik zag hoe de trekken op het gezicht van de jongen ontspanden. ‘En als je echt niet weet welke kleur ze mooi vindt, zit je met rode rozen altijd goed. Kijk, ik vind deze zo mooi! Daar, met dat witte randje.’ Ik wees op een rij bakken aan de linkerkant van de kraam. De jongen leek nu werkelijk een beetje te ontdooien. Hij haalde zijn handen uit zijn zakken en liep in de richting die ik aanwees. Voor een vaalcrémekleurige bloemenbak zakte hij door zijn knieën en bestudeerde de rozen. Vooraan de rij hing een bordje: twee bossen voor vijf euro. Hij pakte voorzichtig een bosje uit de bak. Het water droop ervan af. Hij hield het een halve meter van zich af en keek mij hulpeloos aan. Zou hij nog nooit bloemen gekocht hebben? Ik liep naar hem toe, nam de bos van hem over en reikte naar de bak.
‘Wil je er nog een?’ De jongen knikte.
Inmiddels was de verkoper weer terug. ‘Goedemorgen, kan ik u helpen?’
‘Ja meneer, wilt u deze twee bossen samenvoegen en mooi inpakken?’ Ik knikte naar de jongen, die inmiddels weer met zijn handen in zijn zakken stond. ‘Het is voor een meisje.’ De bloemenman pakte de bossen van mij aan en stapte zijn truck weer in. Ik gaf de jongen een bemoedigend tikje op zijn schouder en verdween.