#33 Sinterklaasgedicht

      Reacties uitgeschakeld voor #33 Sinterklaasgedicht

Wekelijkse schrijfopdracht #33: Sinterklaas

‘Sinterklaas zat eens te denken
Wat hij jou nu eens zou schenken.’
Met een zucht streep ik deze zinnen door. Wat een belachelijk begin van een sinterklaasgedicht. Zo onpersoonlijk! Bovendien: Sinterklaas weet altijd van alle kinderen wat ze willen hebben, dus het slaat niet eens ergens op. Wat is een sinterklaasgedicht verzinnen toch moeilijk. Ik kijk op de klok. Over een half uur komt Emma uit school. Dan moet het af zijn.
‘Sinterklaas wist al heel lang
Wat hij aan jou geven zou.’
Bah. Dat rijmt niet. Een sinterklaasgedicht moet toch echt rijmen. Wie zou volgens ‘het verhaal’ al die gedichten voor de kinderen verzinnen? Dat lijkt me toch niet iets wat Sinterklaas zelf zou doen. Ik zie het al voor me: de goedheiligman achter zijn enorme bureau met stapels verlanglijstjes, net als ik aan het ploeteren op een fatsoenlijk gedicht. Nee, daar heeft Sinterklaas vast een piet voor. De rijmpiet natuurlijk.
‘Sinterklaas weet nog maar even
Wat hij dit jaar aan jou gaat geven.’
Het slaat nergens op, maar het rijmt tenminste. Maar hoe dan verder? Ik staar naar mijn vel papier. Op mijn horloge zie ik dat ik op moet schieten. Ik besluit het over een andere boeg te gooien.
‘Lieve Emma,
Hier zomaar een berichtje van Sinterklaas. De rijmpiet heeft het zo druk, dat ik hem een handje help. Ik hoop dat je blij bent met je cadeau. Ga maar gauw kijken.
Groeten,
Sinterklaas.’