Traditioneel vernieuwingsconcept

      Reacties uitgeschakeld voor Traditioneel vernieuwingsconcept

Vergaderingen op middelbare scholen zijn niet altijd even interessant. Eigenlijk kun je als vuistregel aanhouden: hoe groter de groep, hoe minder efficiënt de vergadering. Vergaderingen in grote groepen hebben namelijk meestal de vorm van een uitgebreid monoloog van de directeur of een ander hooggeplaatst figuur met een beperkte mogelijkheid tot interactie. Laatst luisterde ik naar zo’n managementvergadering toen ik een interessante term hoorde. Het ging over een afdeling van de scholengemeenschap waar naast traditionele vernieuwingsconcepten ook ruimte zou zijn voor nieuwere concepten.

Het woordpaar ‘traditioneel vernieuwingsconcept’ is opvallend, omdat tradities per definitie niet nieuw zijn en vernieuwingsconcepten per definitie wel. Toch past dat hier prima bij elkaar. Traditionele vernieuwingsconcepten zijn bijvoorbeeld daltononderwijs, montessorionderwijs en jenaplanonderwijs. Dalton- en montessorionderwijs bestonden al voor de Tweede Wereldoorlog en jenaplanonderwijs stamt uit het midden van de twintigste eeuw. Bepaald geen nieuwe concepten dus, maar ze vernieuwden het onderwijs en zijn daarmee een vernieuwingsconcept. Omdat deze vernieuwingsconcepten al een poosje meegaan en in zekere zin ingeburgerd zijn, kun je spreken van traditionele vernieuwingsconcepten.

Deze stijlfiguur noemen we een oxymoron. Ik citeer het Basisboek Literatuur: ‘Twee aan elkaar tegengestelde woorden of begrippen worden in één uitdrukking samengevat. Bijvoorbeeld: een jeugdige grijsaard, schitteren door afwezigheid, een hete herfst, zwarte zon.’ (Joosten, Peppelenbos & Temme, 2015).

Overigens zijn er ook moderne vernieuwingsconcepten. Denk bijvoorbeeld aan iPadonderwijs, Kunskapsskolan en allerlei ‘losse’ initiatieven van scholen om het onderwijs anders te organiseren. Ik ben benieuwd hoe lang het duurt voordat we die traditioneel vinden.