Schommelen

Genieten (Wassilys Frisbee, februari 2015)
Dit verhaal is gepubliceerd in de rubriek Wassilys Frisbee in het literaire tijdschrift Schoon Schip, nummer 1 – 2015.

Schommelen
Als kind kon ik uren lang schommelen en nu ik volwassen ben, doe ik het nog steeds graag. Nergens geniet ik meer van dan van het zweven tussen hemel en aarde; met het gras onder mijn voeten en de wind door mijn haren voel ik me vrij. Het helpt mij de dingen in een ander perspectief te zien. Dat komt door de beweging, denk ik. Een schommel dwingt mijn blik immers van het aardse naar het hemelse, van het heden naar de toekomst, van het tijdelijke naar het eeuwige.
Mijn favoriete schommel staat in de speeltuin achter mijn flat. Het is maar een klein speeltuintje hoor, en eentje waar bijna nooit iemand komt. Het is omgeven door grote bomen, waardoor het een beschut plekje is. Er staat een roestige glijbaan, een wipwap waarvan een zitje gebroken is en een al even vervallen blauwmetalen schommel. De verf is afgebladderd en onthult donkerbruine roestplekken. Wild gras groeit overal; op sommige plekken staat het ruim twintig centimeter hoog. De gemeente is duidelijk vergeten dat ze hier ooit een speelgelegenheid heeft aangelegd. Ik ga op de schommel zitten en zet me af. Gisteren kwam de regen nog met bakken uit de lucht, maar vandaag schijnt er een heerlijk voorjaarszonnetje. Ik beweeg heen en weer tussen licht en schaduw. De warme zon op mijn gezicht doet me goed. Dan herinner ik me ineens dat ik iets vergeten ben! Ik had de envelop al klaargelegd op het tafeltje bij mijn sleutels. Het is een belangrijke brief, die eigenlijk vandaag nog op de bus moet. Alle spieren in mijn lijf spannen zich aan, klaar om van de schommel af te springen en naar huis terug te sprinten. Ik dwing mezelf echter te ontspannen. Op dit moment vind ik het vooral belangrijk dat ik geniet van het heerlijke weer. Die brief komt zo meteen wel. Ja maar, klinkt een stemmetje in mijn hoofd, die brief moet echt vandaag worden verstuurd. Ik kijk op mijn horloge: het is net twee uur geweest. Ik heb nog tijd genoeg.
Daar ga ik weer. Ik beweeg flink met mijn benen, zodat ik meer vaart maak. De oude scharnieren maken een piepend geluid. De eerste keer dat ik hier ging schommelen, vond ik dat eng, maar inmiddels vertrouw ik erop dat ze me houden. In een nieuwe poging de wereld te vergeten, doe ik mijn ogen dicht. Door mijn oogleden kan ik de zon nog zien: mijn beeld wordt niet zwart, maar oranje. Dan schrik ik opnieuw. De was zit nog in de machine! Vaag herinner ik me dat ik het piepje van de wasmachine hoorde toen ik mijn jas aantrok. Waarom heb ik de was toen niet meteen in de droger gestopt? Als natte kleren te lang in de machine blijven, gaan ze stinken. Ik voel me chagrijnig worden. Waarom kan ik niet gewoon de dingen uitvoeren die ik van tevoren van plan was? Anderen zouden wel meteen de was in de droger doen en daarna die belangrijke envelop meenemen, zo stel ik mij voor. Ik merk dat mijn lichaam zich al heeft voorbereid op de vlucht. Vluchten ja, dat is het. Vluchten van een plek waar ik me even niet druk zou moeten hoeven maken om zulke triviale dingen als de was. Als ik over een uurtje naar huis ga, kan ik de wasmachine heus wel even op spoelen zetten en ondertussen de brief naar de brievenbus brengen. Als ik dan terug ben, kan de was in de droger.
Mijn spieren ontspannen zich. Ik wiebel heen en weer op het zitje van de schommel, tot ik een gemakkelijkere positie heb gevonden. Terwijl ik achterover leun, kriebelt het zonlicht in mijn hals. Laat al die zorgen maar komen, ik kan ze aan! Ik strek mijn benen. Wat zal ik vanavond eten? Ik buig mijn benen. Moet ik nog naar de supermarkt straks? Strekken. Morgen komt een vriendin op bezoek, eigenlijk moet ik nog stofzuigen. Buigen. Ik had van haar een boek geleend, maar dat heb ik nog steeds niet uit. Strekken. Ik schommel nu zo hoog dat ik over de boomtoppen heen kan kijken. Daar is een uitzicht, zo ver, zo mooi! Maar ik zak al weer. Ik buig en strek mijn benen alsof mijn leven ervan afhangt. Ik wil zweven tot ver over de boomtoppen, naar een paradijs zonder zorgen! Ik daal weer. In het gras naast de schommel staat een paarse krokus. Ik herinner me hoe mijn moeder mij vroeger altijd voorhield dat je gelukkiger bent als je je niet druk maakt. Bloemen stralen immers ook zonder zich druk te maken. Ik laat mijn benen hangen en kijk om me heen. Nu pas zie ik dat er veel meer krokussen staan. Ik drink de kleuren van de natuur in: het heldergroene gras aan mijn voeten, de blauwe hemelkoepel, het felle licht van de zon die tussen de takken van de bomen doorschijnt en de krokussen in het gras ondeugend doet stralen. Haar warmte dringt diep door mijn jas heen, tot in mijn ziel. Het paradijs achter de boomtoppen is hier, op deze schommel in deze verwaarloosde speeltuin. Het lijkt alsof de tijd stil staat en ik gewichtsloos zweef tussen droom en werkelijkheid. Ik doe mijn ogen dicht – heel even maar.

Één reactie op “Schommelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *