Binnenband

PS Nog even dit (Uitgeverij Palmslag, juni 2016)
Dit verhaal is gepubliceerd in de bundel PS Nog even dit, uitgegeven door uitgeverij Palmslag.

Binnenband

In de woonkamer ruim ik de laatste rommel op: een rondslingerend theezakje, de envelop van een allang betaalde nota en een lege batterij. Vanaf het dressoir in de gang voel ik het cadeau naar me staren. Ik sluit de tussendeur en leun er tegenaan.
Ik ga het pakje niet openmaken.

Vanmorgen werd ik wakker van de bel. Op blote voeten opende ik de deur voor de postbode, die een stapel verjaardagskaarten en een pakje voor me had. Ik tekende zonder nadenken en sloot rillend de deur. Bij het zien van het adres verstijfde ik een ogenblik, waarna ik het pakje op het dressoir zette en naar boven rende. Ik rolde mij op onder de dekens, vast besloten vandaag niet meer uit bed te komen. Klootzak. Vorige week was er ineens geen plaats meer voor mij in zijn leven en nu dit. Ik laat niet met me spelen. Wat denkt hij wel!
Toen de wekker ging, schrok ik weer wakker. Mijn kussen was klam. Na een warme douche voelde ik me een stuk beter en mijn nieuwe jurkje gaf me het echte jarig-gevoel. Tot ik de trap af liep en het pakje op het dressoir zag; twee decimeter in het vierkant, in gouden pakpapier met rode linten en een iets te grote strik bovenop. De uiteinden uitdagend te lang, als wilden ze zeggen: pak me dan! Ik draaide me om en liep naar de keuken voor een kop koffie.

Nog een laatste keer laat ik mijn ogen door de kamer dwalen. Ieder moment kan de eerste visite op de stoep staan en ik wil goed voor de dag komen. Tenslotte word ik maar één keer dertig. Ik pak mijn koffiekopje en zet het in de vaatwasser. Dan loop ik met een klein hupje in mijn pas naar de gang voor een laatste check in de spiegel.
Aarzelend kijk ik naar het pakje. Laten staan of wegmoffelen? Het kan net zo goed blijven staan, het ziet er feestelijk uit. Ik schik mijn krullen en veeg een randje lippenstift weg. Het geluid van de bel doet me schrikken. Hanna staat op de stoep.
‘Gefeliciteerd. Wat zie je er goed uit!’ Hanna komt binnen en omhelst me.
‘Dank je. Koffie?’
‘Altijd.’ Hanna trekt haar jas uit.
Ik loop naar de keuken en zet de senseo aan.
‘Zeg, Astrid, van wie is dit?’
Vlug loop ik terug naar de gang. ‘Niet aan-’
Hanna heeft het goudkleurige pakketje al in haar hand en draait het kaartje om. Nog voor ik bij haar ben, trekt ze aan de uiteinden van de strik.
‘De postbode bracht het vanmorgen, maar ik wil het niet openmaken. Het handschrift is van Peter,’ zeg ik zachtjes.
Hanna kijkt me onderzoekend aan. ‘Wat moet een man doen om iets goed te maken met jou?’
Ik haal mijn schouders op. Gewoon geen fouten maken, denk ik. Maar ik zeg niks.
‘Toe, As. Mag ik het openmaken? Ik kan niet tegen dichte cadeautjes, dat weet je. Dan had je het niet op de kast moeten laten liggen.’ De twinkeling in haar ogen haalt me over. Ik ga naast haar staan terwijl ze het deksel van de doos tilt. Op een roodfluwelen bedje ligt een stuk fietsband met een gat erin.
‘Ooh, wat romantisch!’ zegt Hanna.
Ik kijk haar niet-begrijpend aan. Ze pakt het kaartje dat aan de linten vast zat en laat het me lezen.

Lieve Astrid,
Dit kwam ik tegen toen ik vorige week de schuur opruimde. Weet je nog hoe je bij me in de winkel kwam? Het regende die dag verschrikkelijk en je was zo chagrijnig. Ik hield op slag van je. Het spijt me zo dat ik dat uit het oog verloor. Ik hoop dat je me nog een kans wilt geven.
Met een kus van je Peter.
PS: Gefeliciteerd met je verjaardag

Ik pak het stukje rubber uit het doosje en ruik eraan. De stank brengt me terug naar de dag dat ik Peter ontmoette. Ik was al aan de late kant voor een sollicitatiegesprek en tot overmaat van ramp begon het ineens te regenen en klapte mijn band. Kletsnat en in paniek stapte ik zijn fietsenzaak binnen. Peter gaf me een handdoek en verving terplekke mijn band, terwijl ik zijn telefoon mocht gebruiken om te bellen dat ik later zou zijn. Ongelofelijk dat hij hem al die jaren heeft bewaard.
‘Wat een slijmbal.’ Ik leg het stuk binnenband terug in de doos.
Hanna schiet in de lach. ‘Het is ook nooit goed bij jou, hè?’ Ze loopt naar de woonkamer en gaat zitten.
‘Krijg ik nog koffie, of hoe zit dat?’

Ik zet twee kopjes onder de senseo en laat de koffie doorlopen. De woorden van Hanna klinken nog in mijn hoofd. Was mijn reactie overdreven toen Peter vertelde dat hij zomaar een baan had aangenomen in Amerika? Ik schud mijn hoofd. Met de koffie loop ik naar de woonkamer.
‘Ga je hem nog een kans geven?’
‘Weet ik veel. Heeft weinig zin hè, als hij in Amerika zit.’
‘En als hij daar nou niet heen gaat?’
‘Ach, hou op.’ Ik neem een slok van mijn koffie en brand mijn tong. De bel gaat. Vlug werp ik een blik in de spiegel en open de deur. Halverwege een wijds gebaar stokt mijn arm. Op de stoep staat Peter met een prachtige bos chrysanten.
‘Ik …’ begint hij. Zijn nek kleurt rood. ‘Mag ik binnen komen?’
Hulpeloos kijk ik naar Hanna, die bij de tussendeur is gaan staan en me bemoedigend toeknikt. Peter drukt de bos bloemen in mijn handen en stapt over de drempel. Verbeeld ik het me, of knipoogt Hanna naar hem? Zijn jas hangt hij aan de kapstok en daarna loopt hij door naar de woonkamer.
‘Geef maar hier.’ Hanna pakt de bos bloemen uit mijn handen en brengt ze naar de keuken.
Met mijn rug duw ik de voordeur dicht.