RL10: Griet Op de Beeck – Gij nu

      Reacties uitgeschakeld voor RL10: Griet Op de Beeck – Gij nu

Vorige week ben ik begonnen met de lerarenopleiding Nederlands om mijn tweede bevoegdheid te halen. In de zomer ben ik, ter voorbereiding daarop, alvast begonnen met het vak Recente letterkunde, waarvoor ik twintig boeken moet lezen die in het afgelopen jaar zijn uitgekomen. Hier een korte bespreking van Gij nu van Griet Op de Beeck.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik nog niet eerder iets van Griet Op de Beeck heb gelezen. Het stond wel op mijn denkbeeldige lijstje, maar ik was er nog niet toe gekomen. Wat me tegenhield weet ik niet zo goed. Misschien waren er simpelweg teveel andere leuke boeken op mijn denkbeeldige lijstje.

Gij nu is een verhalenbundel met daarin 15 verhalen, die steeds zijn opgebouwd uit vier of vijf paragrafen. De opbouw vind ik prettig. Een bundel is van nature al iets losser dan een roman, dus dan is het fijn als je op een andere manier toch een beetje houvast hebt als lezer. Een inhoudsopgave ontbreekt, waardoor de indruk ontstaat dat het de bedoeling is om het boek wel gewoon van voor naar achteren door te lezen, wat ik dan ook heb gedaan.

De verhalen zijn allemaal erg verschillend qua onderwerp, maar alle verhalen gaan over mensen die aan zet zijn en wel of niet besluiten iets van hun leven te maken. Gij nu – nu jíj. Blijf je zitten in je luie stoel of kom je in de benen en neem je het stuur van je leven over? Een ander gaat dat namelijk echt niet voor jou doen.

Lezers die zich storen aan al teveel ‘tell’ in boeken kan ik deze bundel niet aanraden. Op de Beeck legt veel uit, soms zelfs letterlijk uit de mond van een personage. Persoonlijk zie ik het wel, maar stoor ik me er niet aan. De bundel leest lekker weg, al heb ik na een paar verhalen wel de behoefte om het boek even weg te leggen en mijn hoofd leeg te maken, voor ik kennis maak met de volgende hoofdpersoon. In de laatste alinea van het laatste verhaal komt alles samen, als een soort bonuspuzzel voor de lezer.

‘Ergens waaide een raam dicht, en daarna nog een keer. Ergens liep een man alleen. Ergens bleef er iemand dood die te lang had gewacht. Ergens vond een man een brief onder een steen. Ergens gaf een jongetje zichzelf de schuld. Ergens droomde een weduwe over vroeger, terwijl er in de naburige tuin twee pekinezen blaften. Ergens praatte een student tegen de vissen, omdat er niemand anders was. Ergens ging een liefde verloren. Ergens leerde iemand nee te zeggen. Ergens lag een man met een hart op een operatietafel. Ergens begroef, in alle stilte, een vrouw een vader. Ergens schreeuwde een kind dat werd gehoord.’ (blz. 288)

★★★☆☆