RO8b: Bijstelling

      Reacties uitgeschakeld voor RO8b: Bijstelling

Wij hebben allemaal toen we heel klein waren een taal geleerd. Niet door op school stil te zitten en op te letten, maar door taal te horen en te gebruiken, door interactie. Zo hebben we ons onbewust de regels van onze taal eigen gemaakt. Alle regels van een taal bij elkaar noemen we de grammatica van een taal. Ik maak een serie blogposts over redekundig ontleden, oftewel grammatica zinsdelen. Vandaag behandel ik stap 8b: de bijstelling.

Vorige week hebben we het over de bijvoeglijke bepaling gehad. Dat is een zinsdeelstuk dat iets zegt over een zelfstandig naamwoord binnen het zinsdeel. De bijstelling (bijst) is ook een zinsdeelstuk. Dit moet je weten over de bijstelling:

  • staat tussen komma’s (of tussen een komma en een punt)
  • staat altijd áchter de kern
  • duidt hetzelfde aan als de woordgroep ervoor
  • kan vaak van plaats wisselen met die woordgroep

Tijd voor een voorbeeld.

Het nieuwste boek van Esther Gerritsen, Broer, | was | vorig jaar | het boekenweekgeschenk.

Alles voor de persoonsvorm (‘was’) is één zinsdeel. ‘Het nieuwste boek van Esther Gerritsen, Broer,’ hoort dus bij elkaar.
Binnen dat zinsdeel is ‘boek’ de kern: Het boek was vorig jaar het boekenweekgeschenk. is namelijk een correcte zin.
Bij die kern horen twee bijvoeglijke bepalingen: nieuwste en van Esther Gerritsen.

Broer is hier de bijstelling. Laten we dat controleren met de punten hierboven.
Het staat tussen komma’s.
Het staat achter de kern (de kern is ‘boek’).
Het duidt hetzelfde aan als de woordgroep ervoor: het nieuwste boek van Esther Gerritsen = Broer
Het kan van plaats wisselen met die woordgroep: Broer, het nieuwste boek van Esther Gerritsen, was vorig jaar het boekenweekgeschenk.

Merk op dat in die laatste zin Broer de kern is, en het nieuwste boek van Esther Gerritsen de bijstelling. De bijstelling staat namelijk altijd achter de kern.

Lang niet in elke zin zit een bijstelling. Ook bijvoeglijke bepalingen komen niet in elke zin voor.

Bovenstaande voorbeeldzin (in het blauw) heeft geen werkwoordelijk gezegde. Wat er dan wel aan de hand is in die zin, vertel ik volgende week.

Stappenplan redekundig ontleden
1. Onderstreep de persoonsvorm.
2. Verdeel de zin in zinsdelen.
3. Benoem het onderwerp > wie/wat + pv?
4. Benoem het werkwoordelijk gezegde > alle werkwoorden in de zin.
5. Benoem het lijdend voorwerp > wie/wat + wg + ow?
6. Benoem het meewerkend voorwerp > aan/voor wie/wat + wg + ow + lv?
7. Benoem de bijwoordelijke bepaling(en) > prullenbak
8a. Benoem de bijvoeglijke bepaling(en) > hoort bij zelfstandig naamwoord
8b. Benoem de bijstelling > zinsdeelstuk tussen komma’s