RO3: Onderwerp (ow)

      Reacties uitgeschakeld voor RO3: Onderwerp (ow)

wordcloud10Wij hebben allemaal toen we heel klein waren een taal geleerd. Niet door op school stil te zitten en op te letten, maar door taal te horen en te gebruiken, door interactie. Zo hebben we ons onbewust de regels van onze taal eigen gemaakt. Alle regels van een taal bij elkaar noemen we de grammatica van een taal. Ik maak een serie blogposts over redekundig ontleden, oftewel grammatica zinsdelen. Vandaag behandel ik stap 3: het onderwerp.

Eerder heb ik al verteld dat de persoonsvorm de vorm van het werkwoord is die zich aanpast aan de persoon. Over die persoon hebben we het vandaag. Dat is namelijk het onderwerp. En dat hoeft niet per se een mens te zijn.

Vaak wordt gezegd over het onderwerp: dat is wie of wat iets doet of overkomt.

De buurjongen fietst naar school.

Degene die in deze zin iets doet, is de buurjongen.
ow = de buurjongen

Maar in deze zin wordt dat al lastiger:

Het regent vandaag.

Is er in deze zin iets of iemand die iets doet of overkomt? Zonder filosofisch te worden, kun je deze vraag eigenlijk niet beantwoorden. Daarom is er een duidelijke vraag die je aan de zin kunt stellen om het onderwerp te vinden:

Onderwerp: wie/wat + pv

Mijn vader kookt vandaag.
Wie/wat kookt? Mijn vader.
ow = mijn vader

Morgen gaan we naar de snackbar.
Wie/wat gaan? We.ow = we

Gisteren was het mooi weer.
Wie/wat was? Het.
ow = het

Volgende week ben ik jarig.
Wie/wat ben? Ik.
ow = ik

In het laatste voorbeeld ziet de vraag er raar uit. Dat komt door de ik-vorm. Hier is het handig als je weet dat de persoonsvorm zich aanpast aan het onderwerp. Persoonsvorm en onderwerp horen bij elkaar. Dus als de persoonsvorm in de ik-vorm staat, dan moet ‘ik’ wel het onderwerp zijn.
Zo kun je jezelf ook controleren. Past de persoonsvorm en het onderwerp bij elkaar? Vergelijk deze twee zinnen:

Jan ziet de agenten lopen.
Jan zien de agenten lopen.

In de eerste zin is Jan het onderwerp. Ziet is een persoonsvorm in het enkelvoud.
In de tweede zin moeten de agenten wel het onderwerp zijn, want de persoonsvorm staat in het meervoud.

Let op! Alle zinnen hebben een onderwerp, behalve zinnen met een gebiedende wijs.

Eet je sla op!
Pas op voor die auto!
Ontleed deze zin!

Stappenplan redekundig ontleden
1. Onderstreep de persoonsvorm.
2. Verdeel de zin in zinsdelen.
3. Benoem het onderwerp > wie/wat + pv?