RO2: zinsdelen

      Reacties uitgeschakeld voor RO2: zinsdelen

wordcloud10Wij hebben allemaal toen we heel klein waren een taal geleerd. Niet door op school stil te zitten en op te letten, maar door taal te horen en te gebruiken, door interactie. Zo hebben we ons onbewust de regels van onze taal eigen gemaakt. Alle regels van een taal bij elkaar noemen we de grammatica van een taal. Ik maak een serie blogposts over redekundig ontleden, oftewel grammatica zinsdelen. Vandaag behandel ik stap 2: zinsdeelstrepen zetten.

Vorige ik week gevierd verjaardag mijn heb.

Iedereen weet dat dit geen goede zin is. Dat voelen we allemaal aan. Misschien kun je niet uitleggen wat er precies fout is, maar je kunt de zin vast wel verbeteren.

Vorige week heb ik mijn verjaardag gevierd.

Maar dat is niet de enige optie. Deze zinnen zijn ook allemaal goed:

Ik heb vorige week mijn verjaardag gevierd.
Heb ik vorige week mijn verjaardag gevierd?
Mijn verjaardag heb ik vorige week gevierd.
Gevierd heb ik mijn verjaardag vorige week.

In al deze zinnen schuiven we met stukjes zin. Sommige stukjes bestaan uit één woord (ik, heb, gevierd) en sommige stukjes bestaan uit twee woorden (vorige week, mijn verjaardag). Op deze manier hebben we puur op onze onbewuste kennis van het Nederlands de zin verdeeld in zinsdelen.

Als we de zin verdelen in zinsdelen, dan verdelen we de zin in stukjes van woorden die bij elkaar horen. Tussen die delen van een zin kunnen we zinsdeelstrepen zetten.

Vorige week | heb | ik | mijn verjaardag | gevierd.

Al deze stukjes van de zin hebben een functie, een naam. Het benoemen van de zinsdelen van een zin heet redekundig ontleden.

Voor het verdelen van een zin in zinsdelen zijn twee regels:

  1. Alles voor de persoonsvorm is één zinsdeel.
  2. Alles wat voor de persoonsvorm kán staan is één zinsdeel.

Het is dus heel belangrijk om altijd eerst de persoonsvorm te zoeken.

Bij zinnen die beginnen met een vraagwoord is de tweede regel lastig uit te voeren. Om toch te kunnen husselen met de zinsdelen, is het handig om in gedachten een antwoord in te vullen op de plek van het vraagwoord.

Wat heb je voor je verjaardag gekregen?

Wat = een cadeau

Je hebt een cadeau voor je verjaardag gekregen.
Voor je verjaardag heb je een cadeau gekregen.Heb je voor je verjaardag een cadeau gekregen?
Gekregen heb je een cadeau voor je verjaardag.

Wat | heb | je | voor je verjaardag | gekregen?

Als je net begint met redekundig ontleden is het handig om de moeite te nemen om zinsdeelstrepen te zetten. Als je meer ervaring hebt, zul je merken dat je deze stap in je hoofd kunt doen en dat je het strepen zetten kunt overslaan.

Volgende week gaan we verder met de volgende stap: het onderwerp.

Stappenplan redekundig ontleden
1. Onderstreep de persoonsvorm.
2. Verdeel de zin in zinsdelen.