RO1: Persoonsvorm (pv)

      Reacties uitgeschakeld voor RO1: Persoonsvorm (pv)

wordcloud10Wij hebben allemaal toen we heel klein waren een taal geleerd. Niet door op school stil te zitten en op te letten, maar door taal te horen en te gebruiken, door interactie. Zo hebben we ons onbewust de regels van onze taal eigen gemaakt. Alle regels van een taal bij elkaar noemen we de grammatica van een taal. Ik maak een serie blogposts over redekundig ontleden, oftewel grammatica zinsdelen. Vandaag behandel ik stap 1: de persoonsvorm (pv).

Waarschijnlijk komt deze term je bekend voor, misschien weet je zelfs nog wat het is. De meeste leerlingen leren op de basisschool al over de persoonsvorm. Als je een zin verandert in een vraagzin, is de persoonsvorm het woord dat vooraan komt.

Jan fietst naar school.
Fietst Jan naar school?
pv = fietst

Voor de meeste eenvoudige zinnen werkt dat inderdaad, maar je zult al gauw problemen tegenkomen. Neem de volgende voorbeelden:

Wat heb je vandaag geleerd?
Ik weet niet of hij dat wel kan.

In het eerste voorbeeld is de zin al een vraagzin, maar ‘wat’ is niet de persoonsvorm.
In het tweede voorbeeld kun je met de vraagproef maar één van de twee persoonsvormen vinden.

De persoonsvorm is het werkwoord in de zin dat kan veranderen. Dat kan op twee manieren:
a. de tijdproef
Verander de zin van tegenwoordige tijd naar verleden tijd of andersom. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm. De tijdproef is de makkelijkste manier om de persoonsvorm te vinden.
b. de getalsproef
Verander de zin van enkelvoud naar meervoud of andersom. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm.

Als we dit toepassen op de bovenstaande voorbeeldzinnen, vinden we de persoonsvorm wel.

Wat heb je vandaag geleerd?
Wat had je vandaag geleerd?
Wat hebben jullie vandaag geleerd?
pv = heb

Ik weet niet of hij dat wel kan.
Ik wist niet of hij dat wel kon.
Wij weten niet of zij dat wel kunnen.
pv = weet én kan

Waarschijnlijk heb je ook ooit geleerd dat elke zin maar één persoonsvorm heeft. Dat klopt, zolang het over enkelvoudige zinnen gaat. Voorlopig gaan we nog niet met samengestelde zinnen werken, dus mag je er vanuit gaan dat elke zin één persoonsvorm heeft.

De persoonsvorm is de vorm van het werkwoord die zich aanpast aan de persoon. Welke persoon dat is, daar hebben we het een volgende keer over.

Stappenplan redekundig ontleden
1. Onderstreep de persoonsvorm.