RO: Samengestelde zinnen

      Reacties uitgeschakeld voor RO: Samengestelde zinnen

Wij hebben allemaal toen we heel klein waren een taal geleerd. Niet door op school stil te zitten en op te letten, maar door taal te horen en te gebruiken, door interactie. Zo hebben we ons onbewust de regels van onze taal eigen gemaakt. Alle regels van een taal bij elkaar noemen we de grammatica van een taal. Ik maak een serie blogposts over redekundig ontleden, oftewel grammatica zinsdelen. In deze laatste aflevering wil ik het kort hebben over samengestelde zinnen.

De voorgaande blogposts over redekundig ontleden gingen allemaal over enkelvoudige zinnen: zinnen met één persoonsvorm. Er zijn echter ook een heleboel zinnen met meer dan één persoonsvorm. Deze zinnen noemen we samengestelde zinnen. Ze zijn samengesteld uit tenminste een hoofdzin en een bijzin of twee hoofdzinnen. Meer kan ook.

Een hoofdzin is een zin die op zichzelf kan staan. Kenmerk van een hoofdzin is dat de persoonsvorm en het onderwerp aan elkaar geplakt zijn. Daar kan geen ander zinsdeel tussen. Om dat te testen, kun je proberen ‘niet’ tussen de pv en het ow te zetten.

Ik fiets naar school.
Dit is een hoofdzin, want ‘Ik niet fiets naar school’ is geen correcte zin.

Een bijzin kan nooit op zichzelf staan. Een bijzin is altijd vastgeplakt aan een hoofdzin. In een bijzin staan onderwerp en persoonsvorm vaak ver uit elkaar. Als ze wel naast elkaar staan, is het mogelijk er iets tussen te plaatsen (het woordje ‘niet’ werkt in de meeste gevallen).

Ik fiets naar school, omdat het niet regent.
hoofdzin: ik fiets naar school
bijzin: omdat het niet regent

Deze zin heeft twee persoonsvormen. Die vind je als je de tijd van de zin verandert.
Ik fietste naar school, omdat het niet regende.
Deze zin is dus een samengestelde zin.

Er zijn twee soorten samengestelde zinnen: nevenschikking en onderschikking.

Een nevenschikkende samengestelde zin bestaat uit twee hoofdzinnen. Je zou de zin kunnen splitsen in twee losse zinnetjes zonder dat je iets aan de woordvolgorde hoeft te veranderen.

Hij gaat naar de supermarkt, want hij is de melk vergeten.
Hij gaat naar de supermarkt. Hij is de melk vergeten.

Een onderschikkende samengestelde zin bestaat uit een hoofdzin en een bijzin.

Hij gaat naar de supermarkt, omdat hij de melk vergeten is.
hoofdzin: hij gaat naar de supermarkt
bijzin: omdat hij de melk vergeten is

Het is uiteraard mogelijk om zinnen te maken met veel meer dan twee hoofd- of bijzinnen. In sommige literaire werken kom je zinnen tegen die heel complex zijn, en daarmee soms ook moeilijk te begrijpen. Hoe ingewikkelder de zin, hoe groter ook de kans dat de zin ‘ontspoort’.

Het is ook nog mogelijk om de functie van bijzinnen te benoemen bij redekundig ontleden. Dat vind ik voor nu echter te ver voeren. Wellicht dat ik dat in de toekomst nog eens behandel.

Tot slot een voorbeeld van een samengestelde zin.

Renate Dorrestein, Het geheim van de schrijver, pagina 9:
Het dagelijks werk van de schrijver bestaat uit het vinden van oplossingen voor problemen die hijzelf heeft gecreëerd, en het geven van antwoorden op vragen die hijzelf heeft gesteld.

Eerst zoeken we de pv’s door de tijd te veranderen:
Het dagelijks werk van de schrijver bestond uit het vinden van oplossingen voor problemen die hijzelf had gecreëerd, en het geven van antwoorden op vragen die hijzelf had gesteld.

We hebben dus te maken met drie persoonsvormen, en dus drie zinnen en drie combinaties onderwerp-persoonsvorm:
Het dagelijks werk van de schrijver bestaat
hijzelf heeft
hijzelf heeft

Nu proberen we er overal ‘niet’ tussen te zetten:
Het dagelijks werk van de schrijver niet bestaat uit het vinden van oplossingen voor problemen die hijzelf niet heeft gecreëerd, en het geven van antwoorden op vragen die hijzelf niet heeft gesteld.

Alleen bij de eerste combinatie levert dat een probleem op. Het dagelijks werk van de schrijver bestaat is dus de kern van de hoofdzin.

Dat brengt mij tot de volgende analyse:
Het dagelijks werk van de schrijver bestaat uit het vinden van oplossingen voor problemen die hijzelf heeft gecreëerd, en het geven van antwoorden op vragen die hijzelf heeft gesteld.
Hoofdzin: Het dagelijks werk van de schrijver bestaat uit het vinden van oplossingen voor problemen en het geven van antwoorden op vragen.
Bijzin: die hijzelf heeft gecreëerd
Bijzin: die hijzelf heeft gesteld
Dit is dus een samengestelde zin waarin sprake is van onderschikking.