Morfologie

      Reacties uitgeschakeld voor Morfologie

Morfologie of woordkunde is de tak van taalkunde die zich bezig houdt met het vormen van woorden. Het leuke is, dat het vooral in kaart brengt wat we allemaal dagelijks vanzelf al goed doen. Ik bespreek hier drie herkenbare onderdelen van morfologie.

Derivatie
Onze taal zit zo in elkaar dat we nieuwe woorden kunnen maken op basis van bestaande woorden. Dat noemen we afleiding of derivatie. Zo maken we van iemand die vlogs maakt moeiteloos een vlogger en komen we vlot op het idee om iets plaats op Instagram instagrammen te noemen. Maar niemand zal iemand die steelt een steler noemen, want daar hebben we al een woord voor: dief.
Andersom kunnen we die nieuw gemaakte woorden ook moeiteloos begrijpen. Als je weet wat een vlog is, zul je ook de betekenis van vloggen en vlogger weten. Dat komt omdat die afleiding volgens vaste regeltjes gaat. Onbewust weten we bijvoorbeeld dat de uitgang -er betekent: iemand die iets doet (bakken-bakker, schoonmaken-schoonmaker, duiken-duiker).

Samenstelling
Bij een samenstelling maken we een nieuw woord door twee bestaande woorden samen te voegen. Dit nieuwe woord schrijven we (anders dan in het Engels gebruikelijk is) aan elkaar. Mooi hedendaags voorbeeld is de selfiestick: een stok om selfies mee te maken.
Bij samenstellingen is vrijwel altijd het rechterdeel het belangrijkst. Dat bepaalt bijvoorbeeld of het nieuwe woord een de- of hetwoord is en hoe het meervoud eruit ziet. Het linkerdeel is een specificatie van het rechterdeel. Een selfiestick is dus een soort stick, niet een soort selfie.

Flexie
Anders dan bij derivatie en samenstelling ontstaan er bij flexie geen nieuwe woorden. Flexie of buiging gaat over het aanpassen van bestaande woorden qua grammaticale eigenschappen, zonder dat er een nieuw woordenboekwoord ontstaat. Je kunt hierbij denken aan de verbuigingen van een werkwoord, meervoudsvormen, verkleinwoorden en de lange vorm van bijvoeglijke naamwoorden. Van nieuwe woorden die we op grond van derivatie of samenstelling maken, kunnen we ook moeiteloos de meervoudsvorm maken, omdat dat via (onbewust opgeslagen) regels gaat. De vervoeging van het nieuwe werkwoord vloggen gaat dan ook min of meer vanzelf: ik vlog, jij vlogt, wij vloggen, ik vlogde (want de g zit niet in ’t kofschip), ik heb gevlogd. Geen enkel probleem.

Let maar eens op hoeveel nieuwe woorden je om je heen zit, in reclames of in de krant, en verwonder je erover hoe je als vanzelfsprekend de betekenis weet en het woord kunt gebruiken. Bijzonder toch?