Zenuwachtig

      Reacties uitgeschakeld voor Zenuwachtig

‘Ben je zenuwachtig?’ vroeg de conciërge terwijl hij mij een brede schooltrap op leidde.
‘Nee, niet echt,’ antwoordde ik. ‘Ik ben hier op tijd, dus het spannendste stuk is achter de rug.’
Nog geen half uur geleden zat ik met trillende handen en een kloppend hart in de bus. Om op tijd op mijn sollicitatiegesprek te zijn, moest ik een overstap halen. Maar mijn eerste bus had vertraging, waardoor ik de tweede bus dreigde te missen. De buschauffeur was gelukkig vriendelijk en dacht met me mee, waardoor ik op het laatste nippertje nog net in de goede bus terecht kwam. Mijn lichaam vond dat hele avontuur behoorlijk spannend, wat resulteerde in hartkloppingen en zweethandjes. Maar nu ik eenmaal met mijn tas onder mijn arm geklemd door de gangen van de school liep, voelde ik me prima. Ik had mijn aansluiting gehaald, ik had het schoolgebouw gevonden, wat kon er nog misgaan?
Persoonlijk ben ik bijna nooit zenuwachtig, maar mijn lichaam vindt van wel. Zo kan het gebeuren dat ik erg veel zin heb in een presentatie voor een groep collega’s en dat ik helemaal niet zenuwachtig ben van tevoren, tot ik mijn eerste woord uitspreek. Plotseling realiseert mijn lichaam zich dat ze een portie zenuwen is misgelopen en als op afspraak beginnen mijn knieën te trillen en klinkt mijn stem onvast.
Ik zing in een koor en soms mag ik een solo zingen. Hartstikke leuk, ik heb het vaker gedaan, ik weet dat ik het kan. Ik ben niet zenuwachtig, maar mijn stembanden en mijn knieën wel. ‘Mooi gezongen hoor, maar ik kon wel een beetje horen dat je zenuwachtig was.’
Een ander zenuwachtig lichaamsdeel van mij zijn mijn darmen. Daarom zorg ik altijd dat ik op tijd op mijn werk ben, zeker op de eerste dag na de vakantie. Want hoe goed ik mijn lessen ook heb voorbereid, hoeveel zin ik er ook in heb om mijn leerlingen weer te zien, mijn darmen vinden het gezond om zenuwachtig te zijn en daar valt niet aan te ontkomen.
‘Ben je zenuwachtig?’ vroeg de conciërge. Ik was niet zenuwachtig, en mijn lichaam ook niet. Volkomen ontspannen stapte ik het lokaal binnen waar een sollicitatiecommissie van vier personen mij opwachtte. Ik gaf iedereen een hand, noemde mijn naam onhandig door de namen van anderen heen en ging zitten. Volkomen ontspannen, niets aan de hand.
‘Wie is Marieke?’ vroeg de voorzitter van het stel. Ik slikte, mijn been begon te trillen en ik voelde een bekend soort kramp in mijn buik. Ik was niet zenuwachtig, maar mijn lichaam wel. Ik schraapte voorzichtig mijn keel.
‘Ehm, dat ben ik,’ zei ik. En ik ben niet zenuwachtig, dacht ik erachteraan.